circus dieren in Dronten

onderzoeken

rapport gaia

Posted by circusdieren-dronten at 04:41 AM on March 18, 2009

‘Martin Luther King Jr heeft me geleerd dat verzet tegen onderdrukking nooit

gemakkelijk is. En zonder stem is het nog moeilijker. In het circus worden dieren

gedwongen hun leven te slijten in krappe kooien, ze liggen er aan de ketting en

worden mishandeld. Vluchten kunnen ze niet. Ze kunnen hun vrijheid niet opeisen.

Wanneer ik naar de dieren in circussen kijk, moet ik denken aan slavernij. Zij

dragen dezelfde ketenen en boeien als de zwarte slaven. Vecht voor de

afschaffing van die slavernij, ga niet meer naar een dierencircus!’

Burgerrechtactenactivist Dick Gregory stapte begin jaren zestig aan de zijde van

Martin Luther King op in historische demonstraties zoals de Mars op Washington

en de Mars van Selma naar Montgomery. Hij is een fervent voorvechter van

geweldloosheid. Geweldloosheid houdt volgens Gregory in dat men zich verzet

tegen het doen lijden of onderwerpen van mens én dier. Hij roept op om circussen

waar dieren nog steeds tot de attractie behoren te boycotten.

INHOUD

1. INLEIDING

1.1. Werkwijze

1.2. Wilde dieren zijn geen gedomesticeerde dieren

2. WETGEVING OMTRENT DIEREN IN CIRCUSSEN

2.1. Wetgeving in België

2.2. Wetgeving in andere Europese landen

2.3. Wetgeving in niet-Europese landen

2.4. Conclusie

3. DIERENWELZIJN IN CIRCUSSEN

3.1. Algemene beschouwing

3.2. Welzijn van wilde dieren in circussen

3.2.1. Transport

3.2.2. Huisvestingsomstandigheden

3.2.3. Winterverblijven

3.2.4. Temmen van wilde dieren

3.2.5. De circusacts

3.2.6. Gestoord gedrag

3.3. Wilde dieren in circussen per soort

3.4. Gedomesticeerde dieren in circussen

3.5. Andere problemen met gevangenschap

3.5.1. Gebrek aan vluchtmogelijkheid en controleverlies

3.5.2. Tegen het kudde-instinct

3.5.3. Voortplanting en hyperseksualiteit

3.5.4. Gedragsrestricties en ontregeld sociaal gedrag

3.5.5. Verwondingen

3.5.6. Nachtactieve dieren

4. WILDE DIEREN: RISICO’S EN GEVAREN

4.1. Tijdens de voorstelling

4.2. Tijdens de trainingen

4.3. Huisvesting

4.4. Ongevallen met wilde dieren in circussen

4.5. Veiligheidsvoorschriften in circussen

5. WAAR KOMEN DE DIEREN VANDAAN, WAAR GAAN ZE HEEN?

5.1. Herkomst

5.2. Oude, onhandelbare en afgedankte dieren

6. EDUCATIE EN BEELDVORMING

7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

7.1. Ethische afweging

7.2. Welke diersoorten kunnen wel en welke niet?

7.3. Aanbevelingen voor de toekomst

7.4. Het standpunt van GAIA

445

77899

10

10

11

12

12

13

13

16

17

21

40

42

42

42

43

44

44

44

44

45

45

45

45

46

48

50

50

50

52

52

52

52

53

55

2

1. INLEIDING

1.1. Werkwijze

Tussen juli 1995 en juni 2002 hebben waarnemers van de dierenrechtenorganisatie

GAIA 18 circussen geobserveerd – sommigen meerdere malen -,

waarvan 7 Belgische en 11 buitenlandse circussen die in België touren.

De informatie over de huisvesting en het gedrag van dieren in circussen in dit

rapport is grotendeels gebaseerd op de 43 observaties tussen 1995 en 2002 van

GAIA-waarnemers.

Tabel 1: Bezochte circussen

Belgische circussen

aantal bezoeken

Alexander Bouglione 1

Great Belgium Circus 1

Circus Magic 4

Monelly 2

Circus Pauwels 5

Rose Marie Malter 3

Wiener Circus 7

Buitenlandse circussen

aantal bezoeken

Circus Budapest 1

European circus 2

Circus Fliegenpilz 1

Groot Russisch Staatscircus 3

Il Florileggio 2

Circus Krone 1

Pacific Circus 2

Cirque de Paris 1

Circus Rafael 2

Staatscircus van Moskou 4

Circus Lydia Zavatta 1

Zowel in de menagerie als tijdens de voorstellingen werd het gedrag van de dieren,

de huisvesting, de veiligheid en de algemene toestand van het circus

waargenomen. Het is bijna onmogelijk een lijst te maken van de aantallen en

soorten dieren die door de verschillende circussen gebruikt worden. De meeste

circussen huren nl. nummers in en daardoor kan de inventaris van de dieren van

seizoen tot seizoen sterk verschillen. Zo huurde Circus Rose Marie Malter één

seizoen een Hollandse act met krokodillen in, het andere jaar een Duits nummer

met een – illegale – Europese vos en onlangs nog een nummer met een olifant.

Zelf heeft het circus alleen gedomesticeerde dieren zoals honden en paarden. Een

andere moeilijkheid om het aantal en de soorten in de verschillende circussen in

kaart te brengen, is het feit dat nogal wat dieren sterven in circussen, anderen in

3

de handel verdwijnen of in opvangcentra voor wilde dieren en tenslotte omdat vele

circussen er nog steeds rustig op los kweken. De olifant van Wiener is een paar

jaar geleden gestorven, de poema’s van Magic Circus werden door de

circuseigenaar weggedaan (naar eigen zeggen naar een koppel in Florida, het

bevoegde Ministerie wist van niets) en waarnemers zagen regelmatig nieuwe,

jonge dieren bij Circus Pauwels en het Circus van Moskou.

1.2. Wilde dieren zijn geen gedomesticeerde dieren

In het rapport zullen we het hoofdzakelijk hebben over het gebruik van wilde

dieren in circussen en in mindere mate over het gebruik van gedomesticeerde

dieren. De grootste welzijnsproblemen werden vooral bij wilde dieren vastgesteld,

maar waren zeker niet onbestaande bij gedomesticeerde dieren. Wat is nu het

verschil? Domesticatie is een moeilijk definieerbaar begrip, maar hieronder volgt

een definitie uit

De Gouden Kooi van Achilles Gautier1, die de lading goed dekt:

‘Een gedomesticeerde soort is een soort die van zijn wilde staat geëvolueerd is

naar een gedomesticeerde staat. Deze biologische verandering hebben ze

ondergaan door de mens, waardoor ze gemakkelijker kunnen geëxploiteerd

worden. Deze soorten met bijzondere gedragskenmerken, werden gevangen en

getemd door de mens en verwijderd uit hun natuurlijke milieu en leefgemeenschap.

Ze planten zich voort onder gecontroleerde omstandigheden.’

Gedomesticeerde dieren zijn dus door de mens zo gekweekt dat ze afwijken van

de natuurlijke soort. Dit kan zowel gedragsmatig als fysiek zijn. Domesticatie is een

proces van duizenden jaren waarbij gedurende honderden generaties een vorm

van genetische selectie plaatsvindt waardoor dieren beter in gevangenschap te

houden zijn. Vaak heeft de domesticatie tot gevolg dat het vermogen van een soort

om in het wild te overleven zeer beperkt is of zelfs verloren is gegaan. In

tegenstelling tot gedomesticeerde dieren zijn wilde dieren noch fysiek, noch

gedragsmatig aangepast aan een leven in coëxistentie met de mens. Domesticatie

neemt natuurlijk niet weg dat gedomesticeerde dieren in gevangenschap kunnen

lijden. Denken we maar naar de fokzeugen in de enge boxen van de intensieve

varkenshouderij waarin de opgesloten dieren zich niet kunnen draaien of keren.

Ook gedomesticeerde dieren hebben welzijnsnoden waarmee rekening moet

gehouden worden.

Zoogdieren die voorkomen op de positieflijst

worden als ‘gedomesticeerd’ en de overigen als ‘wild’ geclassificeerd. Alle reptielen

worden als wild geclassificeerd en van de vogels wordt de duif als gedomesticeerd

en de papegaai als wild geclassificeerd. Zie tabel 2 (p. 6).

2 en in dit rapport besproken worden,

1

GAUTIER Achilles, ‘De Gouden Kooi’, uitg. Hadewijch, 1998, p.11-15

2

van de lijst van dieren die gehouden mogen worden.

Lijst van dieren die nog gehouden mogen worden door particulieren; KB 7/12/01 tot vaststelling

4

Tabel 2: Gedomesticeerde en wilde dieren die in circussen worden gebruikt

Gedomesticeerd Wild

Buffels

Duiven

Ezels

Fretten

Ganzen

Geiten

Honden

Huishoen (kip/haan)

Katten

Koeien

Konijnen

Lama’s

Paarden/Pony’s

Varkens

Bavianen

Bruine beren

Chimpansees

Dromedarissen

Giraffen

IJsberen

Kamelen

Krokodillen

Leeuwen

Makaken

Neushoorns

Nijlpaarden

Olifanten

Panters

Papegaaien

Poema’s

Pythons

Tijgers

Zebra’s

Zeeleeuwen

5

2. WETGEVING OMTRENT DIEREN IN CIRCUSSEN

2.1. Wetgeving in België

Anno 2003 bestaat er in België nog geen specifieke wetgeving omtrent het houden

van dieren in circussen. Er is wel een wetgeving die minimumnormen vastlegt voor

het houden van wilde dieren in dierentuinen, maar die is niet van toepassing op

circussen.

De wet betreffende de bescherming en het welzijn van dieren van 14 augustus

1986, gewijzigd op 4 mei 1995, bevat een aantal wetsartikels die kunnen toegepast

worden op het welzijn van dieren in circussen.

Om te beginnen stelt artikel 4 § 1 van deze wet:

verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier in

overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn

gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie,

aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.’

‘Ieder persoon die een dier houdt,

Wat betreft het houden van diersoorten zegt paragraaf 1 uit artikel 3 het volgende:

categorieën vermeld op een door de Koning vastgestelde lijst. In paragraaf 2.7

staat dat paragraaf 1 niet van toepassing is op circussen. Desondanks geeft artikel

3 de Koning (lees: De bevoegde minister bij Koninklijk Besluit) het recht om het

houden van door hem vastgestelde diersoorten in circussen te verbieden.’

Het is verboden om dieren te houden die niet behoren tot de soorten of

Voorts gaat paragraaf 2 van artikel 6 nader in op de welzijnsaspecten voor dieren

in circussen:

voorschrijven tot het waarborgen van het welzijn van de dieren die tot het vermaak

van het publiek worden gebruikt in circussen, rondrijdende tentoonstellingen, op

kermissen, wedstrijden en bij andere aangelegenheden. Hij kan bovendien

bekwaamheidsvoorwaarden opleggen voor de personen die de bedoelde dieren

houden en verzorgen.’

De Koning (lees: De bevoegde minister bij Koninklijk Besluit) kan maatregelen

Bovenstaande artikelen zijn zeer belangrijk. Ze bieden respectievelijk de

mogelijkheid om bepaalde diersoorten in circussen te verbieden en exacte

welzijnsnormen op te stellen voor het houden en gebruik van dieren in circussen.

Voorts is ook artikel 13, paragraaf 1 van belang:

van de soorten of groepen van dieren, hun fysieke toestand, de aard van

vervoermiddelen en de verpakkingen, de aard, de duur en de omstandigheden van

het vervoer, voorwaarden stellen met betrekking tot:

1. de vervoermiddelen of delen ervan en de verpakkingen;

2. het laden en de berging van dieren in vervoermiddelen en verpakkingen,

evenals het lossen van dieren;

3. de begeleiding en de verzorging van dieren tijdens het vervoer;

De Koning (lees: De bevoegde minister bij Koninklijk Besluit) kan, al naargelang

6

4. het vervoer, daarin begrepen de duur, de afstand en de omstandigheden;

5. de documentatie die moet worden bijgehouden.’

Aangezien transport een belangrijk onderdeel uitmaakt van het leven van dieren in

circussen verdient dit artikel de nodige aandacht. Aan de hand van dit artikel

kunnen wettelijke normen worden vastgelegd met betrekking tot het transport van

de dieren die in circussen gebruikt worden.

2.2. Wetgeving in andere Europese landen

Er is geen Europese richtlijn ter bescherming van het welzijn van dieren in

circussen

circussen geheel of gedeeltelijk aan banden gelegd.

Denemarken

. Maar in een aantal Europese landen is het gebruik van wilde dieren in3

Sinds 1991 zijn wilde dieren verboden in circusvoorstellingen, ‘music halls’,

theaters of andere vergelijkbare evenementen. Deze dieren mogen ook niet

tentoongesteld worden in rondreizende menagerieën. Toch worden er wel

Aziatische olifanten en lama’s gebruikt onder het voorwendsel dat deze dieren in

hun land van oorsprong gedomesticeerd zouden zijn.

Finland

4

Het is voor circussen en vergelijkbare spektakels sinds 1996 verboden om gebruik

te maken van apen, wilde herkauwers, éénhoevigen, buideldieren, zeehonden,

olifanten, neushoorns, roofvogels, struisvogels, carnivoren en krokodillen. Men

mag nog wel honden en gedomesticeerde katten, pony’s, ezels, paarden en

zeeleeuwen gebruiken. Circussen moeten een vergunning aanvragen bij de

minister van landbouw en bossen, die voorwaarden vastlegt wat betreft veiligheid

en welzijn.

Noorwegen

5

Het gebruik en het tentoonstellen van wilde dieren die in de natuur gevangen zijn,

is in Noorwegen verboden. Ook wilde katachtigen en beren – zelfs indien in

gevangenschap geboren – mogen niet in circussen opgevoerd worden. Recent

gingen er ook stemmen op om het gebruik van olifanten die in gevangenschap

geboren zijn, te verbieden.

Oostenrijk

6

In Oostenrijk worden er minimumnormen opgelegd voor het houden van dieren in

circussen wat betreft huisvesting, voeding en trainingsmethoden. Zo is het o.a.

verboden gebruik te maken van vuur tijdens dierenacts. De Oostenrijkse hoofdstad

Wenen heeft met ingang van 1.1.2003 alle circusacts waarin wilde dieren optreden

gebannen. En het ziet er naar uit dat het gebruik van wilde dieren in circussen

vanaf 2005 verboden zal zijn in heel Oostenrijk.

3

Danish Act on the Protection of Animals, Act n° 386, juni 1991, § 17.

4

Ministry of Agriculture and Forestry, 2 augustus 1996.

5

Welfare of Animals, Act n° 73, december 1974, hoofdstuk 4, § 15.

6

Eigen communicatie met Vier Pfoten, 29 juni 2002.

7

Zweden

7

Sedert 1988 is het gebruik van primaten, roofdieren (met uitzondering van katten

en honden), vinpotigen (met uitzondering van zeeleeuwen), hertachtigen (met

uitzondering van rendieren), nijlpaarden, neushoorns, giraffen, kangoeroes,

roofvogels, loopvogels en krokodillen in circussen verboden.

2.3. Wetgeving in niet-Europese landen

Ook in een aantal niet-Europese landen is het gebruik van wilde dieren in

circussen verboden.

Brazilië

8

Circusvoorstellingen met huisdieren en wilde dieren zijn bij wet verboden in de

staat Rio de Janeiro.

India

9

Sinds 1998 verbiedt India de voorstellingen met en het trainen van tijgers, panters,

leeuwen, apen en beren in circussen.

Israël

10

In Israël geldt in de praktijk een verbod op circusvoorstellingen met wilde dieren. Er

werden geen vergunningen gegeven voor circussen met wilde dieren sedert 1998.

Singapore

11

Sinds 1 januari 2002, heeft Singapore om dierenwelzijns- en veiligheidsredenen de

aanwezigheid van wilde dieren in rondreizende spektakels verboden.

2.4. Conclusie

De huidige Belgische wetgeving die van toepassing is op dieren in circussen en

hun welzijn is een kaderwet, die de mogelijkheid biedt om via Koninklijk Besluit een

concrete wet uit te vaardigen. De Europese wetgeving kan geen leidraad geven

want op dit niveau is er immers geen wetgeving, maar wetgeving in afzonderlijke

Europese landen schept een precedent en geeft aan dat ook andere Europese

landen de richting uitgaan van circussen zonder wilde dieren.

7

The Animal Welfare Ordinaince, Act n° 539, section 35, 1988.

8

Legislative Assembly Of The State of Rio de Janeiro, n°2634/2001.

9

The Times Of India News Service, 10/05/2001.

10

Persoonlijke communicatie, 9 januari 2003, Yossi Wolfson – Anonymous.

11

Development, 29 december 2000.

Persbericht van The Agri-Food & Veterinary Authority of Singapore, Ministry of National

8

3.

DIERENWELZIJN IN CIRCUSSEN

3.1. Algemene beschouwing

Wat is welzijn?

Alvorens de conclusie te kunnen trekken dat het welzijn van dieren in circussen

wel of niet geschaad wordt, is het van belang om eerst een beeld te hebben van

wat welzijn nu precies is. Mogelijke definities zijn:

Commissie Brambell (1965)

12 :

‘Dierenwelzijn is een veelomvattend begrip dat zowel het fysieke als het geestelijke

welzijn van dieren omvat. Iedere uitspraak over dierenwelzijn moet daarom

gebaseerd zijn op beschikbare wetenschappelijke kennis over de gevoelens van

dieren. Die kennis kan worden ontleend aan fysieke parameters, maar ook aan

gedrag.’

Hughes (1976)

13 :

‘Dierenwelzijn betekent dat een dier in harmonie leeft met zijn omgeving en met

zichzelf, zowel wat betreft fysieke als psychologische eigenschappen’.

Wiepkema (1982)

14 :

‘Het onvermogen om gedragsprogramma’s uit te voeren die het dier in staat stellen

relevante aspecten van de ‘umwelt’ te beïnvloeden, of de mogelijkheid om

bepaalde gedragingen überhaupt uit te voeren, veroorzaakt gevoelens van

ongenoegen. Wanneer een dier in een dergelijke situatie verkeert, zal het ernstig

lijden en het dierenwelzijn zal aangetast zijn’.

In deze drie definities wordt verder gegaan dan alleen het fysiek welzijn van dieren.

Welzijn behelst ook gevoelens en emoties. Wetenschappelijk gezien is dit een

moeilijk criterium: gevoelens en emoties zijn immers moeilijk te meten en dieren

kunnen er niet met mensen over communiceren. Toch bieden de fysiologie en het

gedrag van dieren wel degelijk een indicatie voor hun psychisch welzijn.

Chronische stressymptomen zoals stereotypieën, beschadigend, apathisch of

depressief gedrag zijn indicatoren voor aangetast welzijn

ook ontstaan door gebrek aan stimulatie vanuit de omgeving. Men dient zich, zeker

in het kader van dit rapport, voortdurend te realiseren dat hoewel gestoord gedrag

een indicatie van aangetast welzijn betekent, het ontbreken van gestoord gedrag

geen indicatie is voor goed welzijn.

15. Gestoord gedrag kan

12

Animals kept under Intensive Livestock Husbandry Systems.

Majesty‘s Stationary Office, London.

Brambell Committee (1965), Report of the technical Committee to inquire into the Welfare ofCommand Report 2836, Her

13

Conference, Malta, pp. 1005-1008.

Hughes, B.O. (1976) Behaviour as an index of welfare. Proceedings V European. Poultry

14

W. Bessei (Ed.) disturbed behaviour in farm animals. Hohenheimer Arbeiten 121, 7-17.

Wiepkema, P.R. (1982) On the identity and significance of disturbed behaviour in vertebrates. In:

15

1994 ‘draagvlak voor dierenwelzijn’.

Wiepkema, P.R. (1994). Discussienota ‘Welzijn van Dieren: Een referentiekader’, LNV studiedag

9

De Britse Animal Welfare Council werkte 5 basisvrijheden voor dieren uit. Meer en

meer groeit hierrond internationaal en op het niveau van de wetenschappers van

de Europese Commissie de consensus zich te baseren op deze 5 vrijheden om te

kunnen spreken van een minimaal aanvaardbaar dierenwelzijn. Meer en meer

gebruiken wetenschappers deze 5 vrijheden als algemene criteria ter evaluatie van

de welzijnstoestand van dieren die door mensen voor allerlei belangen worden

gehouden.

De 5 basisvrijheden voor dieren:

Vrij zijn van dorst, honger en ondervoeding

(positief vertaald naar menselijke plichten moeten dieren o.a. voldoende vers water

en geschikt voer krijgen, en alle andere voorzieningen waardoor aan hun

elementaire noden van gezondheid en energiehuishouding beantwoord wordt)

Vrij zijn van fysiek en fysiologisch ongerief

(positief vertaald: dieren moeten in leefomstandigheden gehouden worden die

deze vrijheid door middel van geschikte huisvesting, inclusief een comfortabele

rust- en slaapplaats, garandeert)

Vrij zijn van pijn, verwondingen en ziektes

(positief vertaald: mensen moeten zich onthouden van handelingen die dieren pijn

berokkenen, verwonden en ziek maken, en in geval dat toch gebeurt, moet men

snel en adequaat de nodige maatregelen treffen om herhaling te voorkomen,

preventief zowel als zo nodig repressief)

Vrij zijn om normaal, natuurlijk gedrag te kunnen uitvoeren

(positief vertaald: mensen die dieren houden moeten voorzien in de mogelijkheid

tot voldoende bewegingsvrijheid in voldoende interessante leefomstandigheden

waarin dieren hun natuurlijk gedragsrepertoire kunnen ontplooien)

Vrij zijn van psychologisch ongerief, meer bepaald van angst en

chronische stress

(positief vertaald: mensen moeten dieren een zinvol, waardig en draaglijk bestaan

garanderen dat geen aanleiding geeft tot de ontwikkeling van abnormaal,

apathisch of alle andere varianten van gestoord gedrag dat uit ververling of

frustratie vertoond wordt.

3.2. Welzijn van wilde dieren in circussen

Er zijn verschillende factoren die het welzijn van dieren in circussen kunnen

aantasten:

Dieren worden wekelijks getransporteerd.

Dieren krijgen voortdurend te maken met een nieuwe, onvertrouwde omgeving.

Dieren hebben geen vlucht- en schuilmogelijkheden.

vertoeven.

Dieren moeten hun ontlasting doen op dezelfde plek waar ze de overige tijd

(groeps- of kudde-) dieren worden individueel opgesloten.

10

Solitaire dieren worden samen met soortgenoten opgesloten en sociale

gedwongen overdag te leven en hun kunstjes te vertonen.

Dieren kunnen niet volgens hun biologische ritme leven. Nachtdieren worden

Dieren hebben ruimtegebrek.

seksueel gedrag en foerageergedrag.

Dieren worden belemmerd in allerlei natuurlijke gedragingen, zoals o.a.

Dieren ontberen natuurlijke zintuiglijke stimulatie.

Dieren leven in een stimulusarme omgeving.

van volwassen dieren. Volwassen dieren die in het circus geboren zijn, kunnen

hun jongen geen natuurlijk gedrag leren omdat zij het zelf nooit geleerd

hebben.

3.2.1. Transport

Circussen zijn zo’n negen tot tien maand van het jaar onderweg. De overige twee

tot drie maanden vormen een winterstop. Gedurende het seizoen verblijft een

circus ongeveer een week op een bepaalde locatie en trekt daarna verder van stad

tot stad. De afstanden die daarbij worden afgelegd bedragen gemiddeld 40

kilometer waardoor de dieren jaarlijks een paar duizend kilometer op transport

doorbrengen. Veel circussen trekken door heel Europa (en daarbuiten) waardoor

de afstand boven de 1000 kilometer per traject kan komen. Bovendien zijn er ook

circussen, zoals het Duitse Krone, die per trein grote afstanden reizen

omstandigheden voor de dieren tijdens het transport zijn meestal ondermaats: ze

vertoeven vaak in donkere wagens met slechte ventilatie. Eenmaal aangekomen

op de plaats van bestemming kan het nog uren duren eer de dieren weer

buitenlicht zien.

Omdat ze te hoog zijn, kunnen de vrachtwagens die de giraffen vervoeren niet

onder bruggen doorrijden. Sommige circussen hebben daar een oplossing voor

gevonden door de vrachtwagens uit te rusten met compressoren waardoor het

volledige bovengedeelte van de vrachtwagen kan worden verlaagd. De giraf is dus

gedwongen te reizen met gebogen nek.

Olifanten worden aan voor- en achterpoot vastgeketend in de vrachtwagen, wat

hen belet te gaan liggen. Om zich een idee te kunnen vormen van deze

transporten, volstaat het zich een busreis rechtstaand in te denken, zonder

mogelijkheid om zich vast te houden of te gaan zitten.

Om publiek te lokken, zeulen sommige circussen met doodsbange dieren door

stads- en dorpskernen in parades. Buiten de menigte, vormen de muziek en de

lawaaierige aankondigingen een bijkomende bron van stress voor de dieren.

3.2.2. Huisvestingsomstandigheden

Wanneer het circus op een locatie toekomt, worden de verblijven van de dieren

opgebouwd. Voor de grote katachtigen, apen en beren is hun transportkooi in de

vrachtwagens ook hun verblijf. Wat betreft de huisvesting van andere dieren

Jonge dieren zijn niet in staat om soortspecifiek gedrag te leren en te imiteren16. De

16

Het Laatste Nieuws 22/10/1991.

11

bestaat er nogal wat variatie. Dit is mede afhankelijk van de ruimte die een circus

ter beschikking krijgt, van de soorten en aantallen dieren. Ook de ondergrond (hard

of zacht) varieert per standplaats.

Gedomesticeerde dieren worden soms binnen een afrastering gehouden, soms

individueel gehuisvest in een stal en soms aangebonden. Honden en katten

worden soms door het circuspersoneel in hun caravan gehouden. Maar wanneer

het gaat om grote aantallen, worden ook honden en katten in hokken opgesloten.

Veel circussen openen de vrachtwagens pas in de helft van de voormiddag. Dit

betekent dat de dieren in bijna volledige duisternis blijven gedurende bijna 12 uur.

Voor de olifanten die slechts maximum 5 uur per etmaal slapen is deze situatie

onaanvaardbaar.

Een circus doet gemiddeld twee voorstellingen per dag gedurende vijf dagen,

waarbij de dieren ongeveer een kwartier tot een half uur moeten optreden. De rest

van de tijd spenderen ze in kooien of stallen, die totaal onvoldoende zijn als

huisvesting. Dat is zo’n 90% van hun tijd en voor dieren die enkel deel uitmaken

van de menagerie en niet in de voorstelling gebruikt worden zelfs 100%.

Opgesloten in de vrachtwagens is elke vluchtmogelijkheid of elke aanvalsreactie

van het dier onmogelijk. Voor dieren die omzeggens voortdurend te kijk staan voor

het publiek in menageries, veroorzaakt dit extra stress en frustratie. De

onmogelijkheid om natuurlijk gedrag (sociale, voedingsgedragingen enz.) te

vertonen kan leiden tot depressie en passiviteit wat vervolgens gedragsproblemen

veroorzaakt. De stereotypieën (zie 3.2.6.) zijn hiervan de meest representatieve

verschijnselen.

3.2.3. De winterverblijven

Over de winterverblijven is weinig bekend. Duidelijk is in ieder geval dat circussen

soms moeilijkheden hebben om voor de dieren een goede locatie te vinden

wanneer ze niet optreden. In 2000 bijvoorbeeld plantte Circus Monelly voor het

winterseizoen een kooi op een aanhangwagen met vier bruine beren neer in de

tuin van een particulier in Sint-Niklaas

een vrachtwagen met tijgers op een fabrieksterrein in Lokeren vestigen gedurende

de wintermaanden, dit onder protest van de plaatselijke bewoners. De jaren ervoor

verbleef het stel met de dieren in Sint-Niklaas en Oudenburg, maar daar werden ze

verzocht te vertrekken

winterverblijven dezelfde als de verblijven waarin ze de rest van het jaar

doorbrengen. Dat zou betekenen dat ze nog minder stimulatie hebben vanuit de

omgeving, nog minder beweging hebben en dat ze bovendien niet voldoende

beschermd zijn tegen de soms barre wintertemperaturen.

3.2.4. Het temmen van wilde dieren

Over het temmen van de dieren is weinig openheid. Om het imago op te vijzelen

17. In 1997 wilde een Duitse circusfamilie18. Volgens circusmedewerkers zijn voor veel dieren de

17

Gazet Van Antwerpen, 11/02/2000.

18

De Morgen, Lokeren, 24/12/1997.

12

laten sommige circussen publiek aanwezig zijn bij repetities. Het temmen van

dieren en het aanleren van kunstjes, waarbij veel meer komt kijken dan alleen

repeteren, zijn dan echter al lang gebeurd achter gesloten deuren en zonder

pottekijkers. Aanleren van gedrag op commando en het repeteren ervan zijn twee

totaal verschillende dingen. Een tijger aanleren door een brandende hoepel te

springen is stressvol voor het dier (waardoor het mogelijk met geweld wordt

gedwongen het gedrag uit te oefenen), terwijl bij voortdurende herhaling

gewenning kan optreden.

De afkeer tegen het aan te leren gedrag kan variëren per soort en individu. Er

wordt veelal geopperd dat het trainen gaat via

zoveel betekent als het gradueel aanleren van een bepaald gedrag. Ter illustratie:

eerst springt een leeuw door een hoepel, vervolgens wordt er een klein vuurtje bij

gehouden en naarmate de training vordert wordt het vuur steeds groter. Men kan

zich over toepassen van successieve approximatie een aantal vragen stellen:

1) Is het wel mogelijk om altijd van het principe van successieve approximatie

gebruik te maken? In het geval van een leeuw die door een brandende hoepel

moet springen kan dat wel, maar het is niet mogelijk om een beer aan te leren

eerst een klein beetje op een bal te balanceren (dergelijke act werd gezien bij

Circus Magic) en daarna steeds meer. De beer zal zelfstandig op de kogel moeten

balanceren, en dat kan stress en angst bij het dier teweeg brengen. Omdat

dergelijk gedrag niet vrijwillig wordt vertoond en onnatuurlijk is, zal de beer daartoe

op een of andere manier moeten gedwongen worden.

2) Wordt successieve approximatie in alle gevallen waarin dat mogelijk is ook

daadwerkelijk toegepast? Uit een undercover rapport uit 1998 door de Britse

dierenrechtenorganisatie Animal Defenders bleek dat in Groot-Brittannië bij het

inmiddels strafrechtelijk vervolgde circusfamiliebedrijf Mary Chipperfield Inc. dieren

stelselmatig werden mishandeld

staven en andere voorwerpen geslagen. Ook de Amerikaanse dierenrechtenorganisatie

PETA maakt melding van gewelddadige methoden waarmee olifanten

door het circus Carlson & Barnes werden getemd

plaatsvindt door geweld en mishandeling is duidelijk, de schaal waarop niet.

3) Laat de aard van de dieren het wel toe om alleen via beloningen gedresseerd te

worden? Simon Adams, dierenarts voor wilde dieren, is er van overtuigd dat voor

het trainen van grote katachtigen en olifanten geweld nodig is. Zo moet volgens

hem bijvoorbeeld bij olifanten de sociale dominantie van een leider worden

doorbroken via geweld

voor het leiderschap en daarna assertiviteit en agressie. Omdat de mens veel

kleiner is dan de olifant moet hij dat met agressie compenseren.

Bepaalde circussen beweren dat dieren angstig en onhandelbaar zouden zijn,

indien ze gestraft zouden worden. Dat klopt niet altijd. De voorspelbaarheid en de

aard van de straf spelen een belangrijke rol. Zolang een dier weet waarvoor het

successieve approximatie, wat19. Olifanten en katachtigen werden met ijzeren20. Dat het aanleren van kunstjes21. Normaal gelden leeftijd en grootte als eerste criterium

19

Animal Defenders (1998). The Ugliest Show on Earth: a report on the use of animals in circuses.

20

PETA’s ANIMAL TIMES, spring 2002, p. 8-9.

21

management in the 21

Adams, S.J.R. (2000). Recommendations by British Wild Animal NGO’s for elephantst century, MRCVS.

13

gestraft wordt, kan het de straf ontwijken. Bovendien is tijdens het terreinonderzoek

van GAIA in verschillende circussen wel degelijk gedrag waargenomen

tijdens acts die op angst wijzen, zoals blazen, met de poten slaan naar de

dierentemmer en naar achteren strekken van de oren bij tijgers.

De dieren worden tijdens een voorstelling vaak beloond, maar ze tonen daarin

weinig belangstelling. Het lijkt erop dat het de temmers er eerder om te doen is een

positief imago te creëren.

Voor het temmen en trainen van olifanten wordt vaak gebruik gemaakt van de

zogenaamde ‘olifantenhaak’. Het is een stok die eindigt op een metalen, puntige

haak. De olifantentemmer gebruikt de haak op die plaatsen van het lichaam van de

olifant waar de huid het dunst is (achter de oren bv.). Ook tijdens de

circusvoorstellingen hebben circusmensen vaak de olifantenhaak bij zich, al dan

niet gecamoufleerd zodat de puntige haak niet zichtbaar is voor het publiek.

Olifantentemmers gebruiken ook stokken die stroomstoten geven om de dieren in

bedwang te houden.

Dat dressuur een aanslag is op de fysieke en psychologische integriteit van het

dier, blijkt ook uit enkele getuigenissen van dierentemmers en waarnemers.

-

dat hij zich probeerde te redden boven op een hekken’

‘Ik heb onder andere op een dag een kraagbeer gezien die zo angstig was22 (Dr. Hediger).

-

moeilijk bestempelen als een dierenrechtenactivist. Hij schreef in 1992 in

zijn boek ‘De dieren van het circus’:

moeilijk een dressuur indenken die geen gebruik zou maken van dwang en

van geweld’

Pierre Robert Levy, auteur van talrijke werken over circussen kunnen we‘Ik kan me zonder hypocriet te zijn23.

-

op te heffen, door een hoepel te springen. Het publiek applaudisseert één

maal, twee maal en dan krijgt het er genoeg van. Men moet telkens straffere

kunstjes vinden. Het is competitie voor het geld …’

dierentemmer die o.a. de leeuwen van Circus Bouglione heeft getemd).

‘De dieren worden mishandeld voor winstbejag. Ze worden geleerd een poot24 (Paul Leroyer –

-

Het wordt hem echter wel aangeleerd… en dat doet men niet met een

klontje suiker. Twee, drie, vier dressuurhelpers staan rond hem, met een

haak in de hand. De africhter geeft zijn bevelen, laat de zweep knallen. Eén

Een olifant van vier ton is niet gemaakt om op twee poten te blijven staan.,

twee, de helpers haken de rechterpoot vast, het staal dringt door in de huid,

ze lichten de poot op…’

25 (Paul Leroyer – dierentemmer).

-

neus een doeltreffende remedie is om hem elke lust tot agressie te

‘… en hem de wet van de knuppel doen begrijpen waarvan een slag op de

22

Science & Voyage, 1955, p. 238.

HEDIGER H. Dr., ‘Psychologie van de dieren in de zoo en in het circus’, uitg. Juilliard col.

23

35 LEVY Pierre Robert, ‘De dieren van het circus’ Syros Alternative, 1992, p. 93.

24

Onze vrienden de beesten, 1975.

25

Onze vrienden de beesten, 1975.

14

ontnemen’ of nog, over het temmen van een leeuw: ‘Ik zag maar één

oplossing: ik sloeg een stoel recht in zijn smoel. Daardoor wist hij meteen

hoe laat het was en ging hij meteen naar zijn plaats. Vervolgens was ik

gerust voor een dag of vier, waarna ik herbegon. Ik moet toegeven, dat mijn

haat me hielp en dat die stoel nooit zijn doel miste.’

van het gelijknamige, beroemde Franse circus).

(Jean Richard, stichter

-

laat een uitstekende indruk na op het publiek. De toeschouwer is ervan

overtuigd dat het dier plezier beleeft aan het uitvoeren van een nummer, dat

het geliefkoosd wordt door zijn meester van 's morgens tot 's avonds. Dat is

noodzakelijk om de wreedheden van het vak te verdoezelen. Als men

hieraan zou beginnen twijfelen, zouden al onze nummers verboden worden.’

‘Af en toe een stukje suiker uit uw zak halen, aanbieden om op te knabbelen

(Harry Collins – dierentemmer).

Deze getuigenissen – daterend van de jaren 1955 tot 1992 - tonen tevens aan dat

er de laatste 50 jaar wat betreft het gebruik van geweld bij dressuur niet veel

veranderd is.

3.2.5. De circusacts

De acts kunnen voor de dieren heel pijnlijk zijn. Zo is voor de olifanten de houding

op de voorpoten of op de achterpoten zoals waargenomen tijdens acts in circussen

Bouglione, Pauwels en Malter uitputtend voor de gewrichten van de olifanten.

Volgens Martin Saller en Karl Gröning ‘

sterke belasting voor de gewrichten en de wervelkolom van de olifant. Deze acts

kunnen kwetsuren aan de gewrichten en de wervels van volwassen olifanten

alsook barsten in de teennagels veroorzaken

vormt het knielen op twee poten reeds een26.’

Bepaalde circussen beweren dat de trainingen en optredens voor de dieren

voldoende afleiding bieden en dat dit meer is dan in een dierentuin. Er is weliswaar

sprake van afleiding, maar niet iedere vorm van afleiding is natuurlijk aangenaam.

Er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de stimulerende waarde van de

trainingen waarbij dieren jarenlang dezelfde, soms stressvolle, kunsten repeteren.

Het is opvallend hoe apathisch veel dieren hun kunsten vertonen. Overigens

worden sommige dieren alleen meegenomen in de menagerie en niet in de

voorstelling gebruikt. Voor hen is er helemaal geen stimulatie. Bovendien blijkt uit

waarnemingen van GAIA dat dieren in hun huisvesting veelvuldig gestoord gedrag

vertonen, wat aangeeft dat de trainingen in geen enkel geval voldoende stimulatie

bieden.

Tijdens de voorstelling worden de dieren geconfronteerd met de lichten, het

publiek, het lawaai en hun dierentemmer. In 1904 bevestigde Franck C. Bostock

dat

opgesloten te houden in smalle en donkere kooien, om te zorgen dat ze het werk

als een ontspanning zouden zien

geëvolueerd, de kooien zijn nog altijd piepklein. In het Russisch Staatscircus zagen

‘sommige dierentemmers de gewoonte hadden de getrainde apen voortdurend27.’ De situatie is een eeuw later niet echt

26

for the keeping of wild animals in circuses’, Bureau van de Milieucommissaris van Wenen, 1997.

GSANDTER Mag. Hermann, PECHLANER Helmut Dr., SCHWAMMER Harald Dr., ‘Guidelines

27

BOSTOCK Franck C., ‘temmen van roofdieren’, 1904.

15

we in 2002 chimpansees opgesloten in duistere kooien. De toestand van stress,

van onderwerping en de diverse gedragsproblemen (stereotypie, hyperseksualiteit

enz.) tonen aan dat deze zogezegde ‘ontspanning’ niet opweegt tegen de ellende,

maar deze in tegendeel benadrukt.

Bij het Staatscircus van Moskou zagen terreinonderzoekers dat tijdens de

voorstellingen vaak hardhandig omgegaan werd met de dieren, vooral met de

tijgers (de zweep werd vaak en hardhandig gebruikt) en met de chimpansees

(stokgebruik). Ook tijdens een voorstelling van Circus A. Bouglione werden welpen

hard geslagen. Bij Circus Pauwels zagen waarnemers dat tijgers met stokken

geslagen werden om in de piste te komen. Tijdens voorstellingen van Wiener

Circus werd uiterst ruw omgegaan met honden (opgetild aan de achterpoten). En

bij Circus Fliegenpilz werd hardhandig en veelvuldig aan staarten van leeuwen

getrokken.

Conclusie

Dieren worden getraind via beloning en straf en hoewel straf mild kan zijn, hebben

undercoverbeelden reeds veelvuldig aangetoond dat sommige vormen

daadwerkelijk dierenmishandeling zijn. Voorts lijkt bij een aantal wilde soorten het

gebruik van een zekere mate van geweld door de dierentemmer om macht en

controle over de dieren te verkrijgen en te behouden onvermijdelijk.

3.2.6. Gestoord gedrag: indicatie voor gebrekkig welzijn

Broom en Johnson

dier op zijn omgeving de volgende gedragsproblemen veroorzaakt:

28 stellen dat op lange termijn het gebrek aan controle van een

Agressief gedrag;

het hoofd, draaien met de nek, voortdurend heen en weer lopen,

schommelen, zelfverwonding, zuigen, wiegen, tongspelen en tongrollen);

Stereotiep gedrag (stangbijten, rondjes draaien, schudden en wiegen met

Doordat een dier niet in staat is bepaald gewenst gedrag uit te oefenen, kan dit tot

frustratie leiden, waardoor agressief gedrag wordt gericht op een soortgenoot.

Gedrag dat voortdurend herhaald wordt en dat geen duidelijk doel dient, is

stereotiep gedrag. Over het ontstaan, het mechanisme en de mogelijke functie zijn

wetenschappers het nog niet eens. Het is echter wel duidelijk dat stereotiep gedrag

in de natuur amper voorkomt, en ontstaat bij dieren die in gevangenschap worden

gehouden en die continu stress ondervinden of belemmerd worden in het uitvoeren

van hun normale gedragspatronen. Zo stelden onderzoekers bijvoorbeeld vast dat

bij paarden stalondeugden voorkwamen (waarbij het hoofd continu heen en weer

wordt bewogen) doordat het onmogelijk was sociale interacties aan te gaan met

soortgenoten

naar voren dat het verschil in tijd dat deze dieren in natuurlijke omstandigheden

Apathisch gedrag.29. Uit een onderzoek bij giraffen in Nederlandse dierentuinen kwam

28

Broom, D.M, Johnson, K.G. (1993). Stress and Animal Welfare. Chapman & Hall, p. 138-40.

29

Problems, Houpt K.A. (Ed.).

C. J., Nicol (2000),Equine Stereotypies, Recent Advances in Companion Animal Behavior

16

besteden met eten en de tijd die ze in dierentuin daaraan besteden, wordt

opgevuld met stereotiep gedrag

stressvolle omstandigheden bij een dier depressief en apathisch gedrag

veroorzaken. Gestoord gedrag is onder meer het gevolg van te kleine,

stimulusarme huisvesting. Zowel jonge als oude dieren, uit de natuur gevangen en

in gevangenschap geboren, kunnen er door aangetast worden. Sommige

wetenschappers zoals Dr. Phil Murphy, hoofd Klinische Psychologie voor Mentale

Handicap in Norfolk (Groot-Brittannië) wijzen op de opvallende overeenkomsten

tussen dierlijke en menselijke institutionele neurosen:

heen en weer lopen, nekdraaien, hoofdrollen, zelfverminking en andere vormen

van stereotiep gedrag, dat men gewoonlijk ziet in dierentuinen – en in circussen –

kan men ook vinden in instellingen die zorg dragen voor onze zwaar mentaal

gestoorde patiënten.’

Categories: None

Post a Comment

Already a member? Sign In

0 Comments